Makelaarspraktijken (deel 2)

Op de foto’s hadden we al gezien dat het om een opknappertje ging, maar nu we voor het huis staan wordt duidelijk dat het beeld nog meer moet worden bijgesteld. Met de armen in de lucht banen we ons een weg door de met tot okselhoogte opschoten brandnetels overwoekerde tuin naar de achterdeur. In de gang ligt een plas water.
‘Lekkage,’ constateert de makelaar in het kader van het schetsen van een eerlijk en realistisch beeld. De rest van het verlaten huis is er niet veel beter aan toe.
‘Ik heb een stel dat staat te popelen om hier de handen uit de mouwen te steken, die wachten alleen nog op de verkoop van hun eigen huis,’ doet hij een laatste poging.
We schudden ons hoofd.
‘Verderop heb ik nog een pand, net in de verkoop, echt iets voor jullie. We gaan meteen even kijken.’
Een verschrikt kijkende oude dame doet open. De makelaar stapt naar binnen en doet de deur dicht. Enkele minuten later komt hij terug en wenkt ons naar binnen.
‘Ze is wat aan het dementeren. Het gaat niet meer alleen, de kinderen willen dat ze naar een tehuis gaat, maar ze wil er niet aan, hè.’
Dan gaat hij over tot het aanprijzen van het huis, dat weliswaar een verouderd interieur heeft maar barst van de mogelijkheden. In de keuken treffen we de bewoonster op een krukje. Haar handen geklemd om een wandelstok.
‘We gaan nog even de tuin bekijken,’ zegt de makelaar.
‘Ja ja,’ zegt ze. ‘Je weet de weg.’
In de gang wijst de makelaar op de keldertrap. ‘Hier is ze laatst vanaf gedonderd.’ Hij schudt zijn hoofd. ‘Het gaat niet meer, ze moet naar een tehuis. Ze moet gewoon nog aan het idee wennen. Komt wel’
Ook in de tuin kunnen we onze droomwensen laten uitkomen. Met wat onderhoud zal het er fantastisch toeven zijn. Als we een rij bomen omhakken en een schutting weghalen hebben we een fantastisch uitzicht en er is genoeg plaats om een garage neer te zetten.
‘Het pand is nog niet officieel in de verkoop. Ze wil er nog niet aan, ze heeft hier haar hele leven gewoond. Maar het moet echt, hè. Haar kinderen vinden ook dat het echt niet meer kan.’ Hij knikt richting de keldertrap. ‘Ik bel jullie nog.’
We worden niet gebeld. De woning verschijnt niet op Funda. Ik stel me de oude dame voor. Ze staat bovenaan de keldertrap, haar stok boven haar hoofd geheven. De makelaar ligt onderaan de trap. Bloed sijpelt uit de wond op zijn hoofd.

Irene
februari 13th, 2015 at 9:57 pm

Ha!

Anneke Klein
februari 23rd, 2015 at 4:07 pm

Ik denk nog wel eens aan haar.

LAAT EEN REACTIE ACHTER


acht − = 3

theme by teslathemes