Makelaarspraktijken (deel 3)

Een oudere man stelt zich voor als de bewoner. Hij is net aan zijn knie geopereerd en manoeuvreert zich met zijn rolstoel de keuken in. De makelaar laat ons het huis zien: een sfeervol pand, gebouwd in de stijl van een oude pastorie. Rondom het huis ligt een prachtige tuin, vol weelderige struiken, bloemperken en zonnige prieeltjes. Ik fantaseer over een moestuintje. En een paar kippen houden, dat lijkt me leuk, er is ruimte genoeg. Ik doe mijn ogen dicht, geniet van de zon op mijn gezicht en snuif eens diep. Een weeïge lucht die ik niet direct kan thuisbrengen dringt mijn neus binnen.
Aan het eind van de rondleiding treffen we de bewoner weer in de keuken. Op luide toon, zoals de Friezen hier gewend zijn om tegen de wind in te moeten praten verklaart hij het gasstel dat op de Aga-cooker staat.
‘DIE OVENS ZIJN VEEL TE HEET IN DE ZOMER, DUS KOOK IK NOU MAAR HIER OP.’
‘Maar in de winter verwarmt zo’n Aga-cooker wel de hele keuken,’ vult de makelaar aan.
Met een glimlach overhandigt hij ons de brochure die naar twee pakjes zware Van Nelle per dag ruikt. ‘Als u nog vragen hebt, kunt u uiteraard…’
‘Ja, nog één ding,’ zegt M. ‘Die silo’s hier honderd meter verderop, met die bolvormige daken, wat zijn dat?’
‘Dat is een pluimveebedrijf,’ zegt de makelaar, ‘met kippen…’
De bewoner onderbreekt hem.
‘EN ZO EEN DING OM HET ALLEMAAL TE VERBRANDEN, DIE KIPPENSTRONT, EEN VERGISTER. JA WE HEBBEN ER TEGEN GEPROTESTEERD HOOR, MAAR DIE VERGUNNING KREGEN ZE TOCH. T’IS VERSKRIKKELIJK.’
De makelaar krimpt ineen. ‘Nou, het is hier een gebied met een agrarische bestemming, en dit is een agrarisch bedrijf, dus eh, ja, dat heb je hier.’
‘AGRARISCH? T’IS EEN BEDRIJF! EN DAT HOORT OP EEN BEDRIJVENTERREIN THUIS, VERSKRIKKELIJK IS HET. EN DIE WAGENS, AF EN AAN, VAN DIE ENORME WAGENS. VERSKRIKKELIJK.
‘Het is pluimvee, hè, dat is een agrarisch bedrijf. Dan moet je niet op het platteland gaan wonen als je dat niet wilt. ‘
EN DIE STANK DIE ERVAN AFKOMT, VERSKRIKKELIJK,ZE HADDEN HIER NOOIT TOESTEMMING VOOR MOGEN GEVEN.’
De makelaar snakt nu overduidelijk naar een sigaret. Met een trillende hand grijpt hij naar zijn borstzak.
‘We laten volgende week wel even wat horen,’ beloof ik aan de bewoner die ons hartelijk de hand schudt.
Voordat we terug naar huis gaan lopen we nog even langs het pluimveebedrijf. Gigantische schuren, geen kip te zien. De stank die uit de silo’s komt is misselijkmakend. We begrijpen wat de makelaar bedoelt: voor frisse lucht moet je in de stad zijn.

paola
maart 16th, 2015 at 11:09 am

frisse lucht in de stad :) en die meneer houdt echt heel veel van zijn plek, nooit verhuizen!

Anneke Klein
maart 24th, 2015 at 9:11 am

Het huis staat nu al bijna 6 jaar te koop!

LAAT EEN REACTIE ACHTER


8 × = achtenveertig

theme by teslathemes